Trek-Maria

 

 

 

Een dorp een kerk een plein

wat winkels een café en huizen

leunend tegen elkaar soezend warm

simpel normaal doodgewoon

dacht je.

Onderste plesj bovenste plesj

en daar één supersnoepwinkel Trek-Maria

twee ramen om te kijken

en een deur piepend schurend zwaar.

“Wilde ne kier trekken” vroeg ze

keek je lachend aan

lachend als de bloemetjes op haar schort

de snoep smoelentrekkers sjieken stampers rekkers

met ziet gevulde hosties kalisjenhaat negertetten.

Ritueel uit lang vervlogen kindertijd

sparen onze kinderpree

het karige drinkgeld

tot je had ne frank en nog ne frank.

En dan na de zondagsmis de beloning

het trekken aan de koord 

het draaiende rad

het rad van fortuin

zorgvuldig kiezen wegen en wikken

vier karamellen voor één frank

of verder sparen voor die chique zonnebril

d’ onbereikbaarheid van vijf frank in één keer?

De plesj blijft de plesj

net als d’ herinnering

aan die sterke vrouw

werkend voor ‘t dagelijks brood

stil ongedwongen onverstoord

geëmancipeerd

lang voor werd uitgevonden dit moderne woord

zij, ons aller Atomse

 

Trek-Maria.