Gedachtenis Frans Mertens

 

 

 

 

Frans, straks nemen we definitief afscheid van u. Definitief? Neen ik geloof het niet. Wat we ook mogen denken, geloven, definitief dood ben je nooit. Echt dood ben je pas als elkeen je vergeten is. Wij zullen je niet vergeten, daarvoor heb je te veel betekend voor zovelen onder ons. Je was zoveel.

         Je was een vader, een goede vader. Streng, rechtvaardig, liefdevol, recht door zee. Om Marnix Gijsen te citeren:

Mijn vadertje hij was rechtvaardigheid, hij had de zware last op zich geladen een eerlijk man te zijn in woord en daad. Dat is het schone, dwaze kwaad waar, na ons Here Jezus Christus de sterkste man aan ondergaat. Frans, je mag terecht fier zijn op je dochter Sonja. Zij zal jouw wijsheid verder dragen.

Je was een echtgenoot, een goede echtgenoot. Jullie waren twee gelukkige mensen. Eenvoudige gelukkige mensen. Zovele jaren samen, letterlijk zoals men zegt in goede en kwade dagen, elkander steunend thuis en op het werk want ja jullie waren ook een tijd lang collega’s. Collega’s op de waterleiding, zorgend voor drinkbaar water in een groot deel van Vlaanderen. Elk op zijn manier. Hilda administratief, jij technisch. Jij had een broertje dood aan administratie, maar des te meer was je een handige harry, een top-scheikundige, een analyticus. Het labo jouw favoriete plek, water analyseren, controleren of het wel voldeed aan alle opgelegde normen en eisen. De waterproductiecentra, de proefinstallaties ze hadden geen geheimen voor u.

Je was niet alleen een goede collega van je vrouw maar ook van de zovele anderen. Ook van mij, ik kan het hier getuigen. De collega’s, ze hielden van je humor, je inzet, je werkkracht, je technische kennis je oplossend vermogen. Het mooiste bewijs is hun talrijke aanwezigheid hier bij ons, om jou een laatste maal te komen groeten.

Maar eigenlijk was je een brouwer, een eerste klasse brouwmeester in hart en nieren. Vooraleer je bij de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening terecht kwam brouwde je bier. De brouwerij nog méér dan de waterleiding was jouw grote passie. Bier, hop, hoge gisting, lage gisting, je beheerste het ganse bierproces van bij de brouwketel tot hoe je het perfect moet uitgieten, op perfecte wijze in het perfecte glas en dat alles met de nodige uitleg voor ons leken in dat vak.

Je kon er zo van genieten en wij met u. Want genieten dat kon je ook. Eigenlijk was je altijd goed gezind, humoristisch, opgeruimd, blij. In al die jaren noch als kozijn, noch als collega heb ik je nooit of nooit droef gezien, kwaad, angstig, wrokkig. Maar bovenal en ik overdrijf niet, was je een werkpaard, iemand die de kar voort duwde, die iets wou opbouwen, realiseren. En dat heb je met succes gedaan. Je droeg intens zorg voor alles wat je had,  je repareerde, herstelde, bouwde, herbouwde, onderhield alles zeer zorgvuldig. Je grote tuin vol bloemen, groenten, fruitbomen, het was een pareltje, een stukje aards paradijs hier in Brussel. En eens op pensioen, konden jullie nog meer dan vroeger al het geval was samen verder zorgen voor al hetgeen jullie zo naarstig hadden opgebouwd.

Tot ja stilaan de ouderdom kwam en het lichaam niet meer zo goed mee wou, maar toch bleef je doorzetten. Niet opgeven, doorgaan als een koppig werkpaard.

 

 Beste Frans, het ga je goed, rust nu maar uit, je verdient het en wees gerust in zovele dingen leef je verder, we zetten je opdracht verder. Dank voor alles.

 

                                                       

                                               Sint-Jans-Molenbeek, 13/02/2016