Dochter

 

 

 

Behalve mijn tweelingzus

die niet bestaat

is er niemand die meer op mij

gelijkt dan jij

want, kijk, aan jouw benen

herkennen zelfs vreemde mensen mij.

Onverwachts stelen

w' elkanders juwelen

houden van poezen

en lang luilekker soezen

lachen om hetzelfde kattenkwaad

je weet hoe dat gaat.

Moeilijk blijkt het opvoeden wel

ik geraak in de knel

jij ligt overhoop

of in e en knoop

menopauze en puberteit

wie geraakt de tel niet kwijt.

Och, wees maar niet bang

mijn armen zijn minder lang

zingen en zwemmen kan ik niet

en ik ween een ander verdriet

er blijft genoeg verschil

en plaats voor d'eigen wil

en al lopen we samen op blote voeten

ieder kiest zijn route.

Zo huppelen  we elk door ons eigen leven

verbonden, gescheiden om het even

want tijd en plaats zijn vastgelegd

 

en veel meer hoeft er niet gezegd.