PoŽzieprijs

 

 

 

De nacht van de poŽzie

is reeds lang voorbij

april werd mei

zelfs juni kwam erbij

een stralende zon

toverde wat ze kon

lentegroen

zomergroen

prachtig groen.

Maar ik, ik wacht

want die ene prijs

een reis

is lang besteld

en de vele boeken zijn netjes opgesteld

rug aan rug in de boekenkast.

Maar ik, ik wacht

op het ultiem bewijs

van die prijs

JotietĎ Hooft

een oorkonde

een stukje papier

waarop vol zwier

mijn geluk van die dag

het mag

neergeschreven staat.

Want al leven dichters in de wolken

hun hart

wenst ook soms wit op zwart

te zien dat de droom

van die PoŽzienacht

niet vergaat

maar vruchten draagt

 

en zo de muze weerom bloeien laat.