Afscheid einde loopbaan

 

 

 

Mijnheer de directeur-generaal,

Guido,

Mijnheer Germonpré,

collega’s

ex-collega’s

vrienden

Robrecht,

Elfride

 

 

       Op sommige momenten in het leven heeft een mens geen woorden, of woorden te kort. Wél, dit moment is er zo een. En daarbij denk ik aan een zin uit een liedje uit mijn tienertijd. Een zin die mij altijd is bij gebleven omdat ik hem niet echt begreep of wou begrijpen, maar waarvan ik nu stilletjes aan de échte inhoud begin te snappen.

“Wat valt er dan nog uit te leggen als de tijd ons heeft verwoest?”. Niet dat ik me nu al verwoest voel,  want zie de mensen zeggen allemaal  “Nera, je ziet er nog goed uit, je ziet er helemaal geen 60 uit”. Nu, dat kan wel, maar ik ben dus wel 60, zelfs ietsje meer! En 60 of ietsje meer betekent, meestal toch: op pensioen, op rust, einde loopbaan, einde werk, arbeid, betaalde arbeid.

       En ja wat valt daar over te zeggen? Eigenlijk zou ik daar veel kunnen over vertellen want ik heb vijf dagen pensioen-opleiding gevolgd in Blankenberg dan nog wel. Maar ik vertel het lekker niet. Diegenen die nog op pensioen moeten gaan moeten maar zelf naar die cursus gaan en diegenen die al op pensioen zijn, wel die weten wat op pensioen zijn wil zeggen.

       Vandaag dus mijn laatste werkdag. Nog niet echt eerste pensioendag want ik heb nog wat verlof, maar kom: laatste echte werkdag. Dat is klaar en duidelijk. Maar psychologie is niet altijd klaar en duidelijk. Het zal in elk geval raar doen, ook al sta ik volledig achter mijn beslissing. Het zal raar doen omdat ik denk aan een onderzoek dat enkele jaren geleden in Vlaanderen werd gehouden over de jobtevredenheid van de Vlamingen. Zo een beetje zoals de tevredenheids- enquete bij de VMW, maar dan algemener en gefocust op passie. Het noemde het grote passieonderzoek. Je kon via internet deelnemen en je kreeg direct de resultaten op je pc.

       En wat zei de pc over mij? “ Je werk maakt een groot deel uit van je persoonlijkheid en van je leven. Je job is een uitlaatklep voor je passie en je energie”. Dus vanaf morgen: wég mijn persoonlijkheid, wég mijn leven, wég mijn passie, wég mijn energie?

       Neen, want ik heb al een nieuwe opdracht binnen en ééntje voor ik schat zeker tien jaar lang. Van mijn zestig tot mijn zeventig dus! Uitbreidingsactiviteit, heroriëntatie, nieuwe diensten noemt dat. Alle dagen ‘s morgens om half negen na een gezamenlijk ontbijt naar de school toegaan en om half vier opnieuw aan de schoolpoort staan. U raadt het al: grootmoe en de zorg om haar kleinkinderen. Idem dito op woensdagnamiddag en vrije school- en vacantiedagen.

Als dat geen belangrijke opdracht is. Ik deed het al enkele keren. Het is zalig. Die kleine pagadder die met zijn armpjes open komt aangelopen…”Grootmoe, grootmoe”. Mooier dan de beste reclamespot op TV.  Nu is het nog maar ééntje, maar straks gaat ook de tweede naar de kleuterschool en kan ik/mag ik dus voor hen allebei zorgen. Hen, mijn lieve kleinzonen Ewoud en Iwein.

Wees echter gerust: ik zal méér zijn dan grootmoe, méér dan huis- en kuisvrouw. Ik blijf op reis gaan naar verre landen, de wereld verkennen. Er staan nog heel veel landen op mijn verlanglijstje: Peru, Vietnam, China…noem maar op. De valiezen zullen niet lang op zolder staan. Ik zal eindelijk eens boeken kunnen lezen, me opsluiten in mijn bureel en met al die boeken die daar staan te staan eens méér doen dan stof afdoen, naar de film gaan, toneel, verenigingen én verder gedichten maken.

       Maar nu terug naar de VMW. Eerst en vooral wil ik Guido danken voor zijn mooie speech en de vele mooie dingen die hij over mij heeft gezegd. Is op pensioen gaan dan toch een beetje sterven? Dan spreken ze ook alleen over al het goede dat een mens deed…Vooral wil ik hem danken omdat hij zo’n goeie chef is. Nu het woord “chef” is niet het correcte woord. Klinkt ouderwets, bazig. Neen, hij was een steunpilaar, een leider, een bezieler, een mentor, een richtingaanwijzer, een vriend, een wijs man. Dank u Guido. Ik heb veel geleerd van u: de liefde voor de veiligheid en het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Het zijn misschien grote woorden, die soms hol  klinken, het zijn woorden als een wettekst, zijn ook wettekst, maar het is een inspirerende en motiverende opdracht om er mee te helpen voor te zorgen dat, ondanks alle paperassen en reglementen en weet ik veel, om er mee te helpen voor zorgen dat het systeem van hoog tot laag, van bij de werkvloer tot de hoogste top, dat het systeem zo draait dat de collega’s die ’s morgens gezond en wel binnenkomen ’ s avonds ook gezond en wél én tevree naar huis kunnen terugkeren. Zoals in de reclame van een grootwarenhuis: “Ik keer tevreden terug”. Dank u Guido. Ik vergeet u niet.

       Als ik nog iemand met evenveel enthousiasme mag danken dan is het dhr. Germonpré. Ja, nog altijd mijnheer Germonpré. 29 jaar lang samen in het laboratorium. Eerst in een klein lokaaltje op het gelijkvloers, achter de drukkerij: ik spreek van het jaar 1969. De VMW, toen nog de NMDW (van regionalisatie was nog geen sprake) had toen nog een drukkerij. Dan naar het achtste verdiep, achter de keuken. Dan naar de Belliardstraat 100. Tenslotte in 1993 naar Haasrode. Het klinkt misschien ongeloofwaardig maar het waren 29 gelukkige jaren. Zo simpel zit dat. Dank u mijnheer Germonpré. Ik vergeet u niet.

Ik wil ook graag alle collega’s, hier aanwezig danken. Ook de niet-aanwezigen. Ik had graag er nog meer uitgenodigd, maar ja dat kan nu eenmaal niet. Ik dank alle collega’s, zowel deze van het eerste uur als van het laatste uur. Citaat uit  de bijbel. Het eerste uur: Hilda en Marcel, die zeiden: ”Nera er is een examen bij de NMDW, schrijf u in, doe mee”.

De collega’s van het laatste uur, de laatste vergadering, de laatste evacuatieoefening… Alle collega’s van laag tot hoog, van de centrale directie, de verschillende gewestelijke directies (provinciale directies), het Centraal labo, de gewestelijke laboratoria, de WPC’s, die van het Onthaal en de vele opleidingen…dank u allemaal. Op één of andere wijze, in grotere of kleinere mate hebben jullie mijn leven beïnvloed. Dank u. Ik vergeet jullie niet.         

Ja, ik zal altijd aan de VMW blijven denken, weliswaar op een andere en minder intense wijze. Verbonden zal ik altijd blijven. Letterlijk want ik ben een VMW-klant. Ik drink VMW-water. En ik drink graag water én champagne. Maar dat is voor straks. Ook wat ik bij de VMW leerde over veiligheid zal ik niet vergeten. Het is zo diep in mij ingebrand door die maandelijkse brandoefeningen, bijna een tweede natuur.  Misschien doe ik nu bij mij thuis verder: iedere donderdag om half tien. Door de film van Al Gore “An inconvinient truth” zal ik ook blijven trachten energie te besparen om zo mee te helpen de wereld te redden van een drastische klimaatswijziging en dit vooral voor mijn twee kleinzoontjes. De wereld die moet ook na mij nog een eeuwigheid mee.

       Daarmee ben ik beland bij de twee laatste mensen die ik expliciet wil danken: mijn zoon Robrecht en mijn dochter Elfride. Mijn echtgenoot Albrecht kan ik helaas enkel in gedachten denken. Dank u mijn twee kinderen omdat ik méér mocht zijn dan gewone huisvrouw en moeder. Door mijn werk bij de VMW kreeg mijn leven een extra meerwaarde.

   Vooraleer over te schakelen op water en champagne en nog veel meer wil ik eindigen met een gedicht van de hand van Marin Sorescu dat al die jaren in mijn bureel hing en dat vandaag een klein stukje waarheid werd.

 

Op een dag zal ik van mijn schrijftafel opstaan

en mij van de woorden verwijderen

       van jullie

en van ieder ding apart.

Ik zal een berg aan de horizon zien

en er naar toegaan

tot de berg zal achterblijven.

Daarna zal ik achter een wolk aangaan

en de wolk zal achterblijven

ook de zon zal achterblijven

met de sterren en het ganse heelal.

 

Zo hebben wij dan samen mijn laatste werkdag gevierd en is  de tekst van mijn uitnodiging voor  deze gebeurtenis bewaarheid.

 

Door de drieste logica der dingen

de mathematische zekerheid

van een immer voortschrijdende tijd,

stond het in de sterren geschreven

“Eens komt je laatste werkdag

komt het onherroepelijke afscheid

van collega’s en betaalde arbeid

sluit je de boeken

de ramen, de deuren

en verlaat je dit gebouw

voorgoed”.

 

 

Het is moeilijk kalm te blijven

maar wetende dat

water water blijft

milieu, veiligheid en welzijn

stevige pijlers geworden zijn,

zeg ik u allen

-weemoedig dankbaar-

om die bijna veertig jaar-

 

Vaert wel ende levet scone

 

 

                                                                                           Brussel

                                                              

30 november 2007

 

 

Afscheidsgedicht

 

opgesteld door haar collega Nicole De Koninck én eigenhandig voorzien van een prachtige tekening (dame blussende een laboratoriumbrandje)

 

beste Nera,

 

Vandaag 30 november vieren we je pensioen,

we hopen dat de rust je goed zal doen.

Alhoewel, met de kleinkinderen om en bij

vliegt de tijd weer zo voorbij.

 

Ons Nera was een toffe collega, een dame met “brains

een sterke vrouw en tevens een poëet.

Met veel liefde voor kunst en cultuur

een verdediger van Vrouw en Vlaams van ’t eerste uur.

 

Spreuken, foto’s en biggen sierden de muren van haar kantoor

voor elk probleem groot of klein was z’ een luisterend oor.

Voor alle nieuwelingen verzorgde zij het onthaal

en maakte hen bewust van elk gevaar!

Voor het labo en hier in Brussel

was het elke maand “brandje blussen”.

 

Beste Nera, geniet van deze zorgeloze dagen

“Pluk de dag” en denk niet aan klagen.

Denk eerder nog eens aan je collega’s en de VMW

pak zonder twijfel alle mooie kansen mee…

 

Uw pensioen, ’ t is zeker een gouden tijd

Wij wensen ’t je en je familie in alle gezondheid en vitaliteit!